Toelichting op mijn artistieke uitgangspunten

        Ik teken erg graag. Ik heb het jaren gedaan, niet alleen tijdens mijn studie op de academie van Kampen (de CABK), maar ook daarna. Daarnaast houd ik me al langere tijd bezig met grafiek. In 2001 ben ik mij gaan verdiepen in de ‘droge naald’, een techniek die mijns inziens een tamelijk grote tekenvaardigheid vereist. In mijn werk probeer ik de dingen open te laten, omdat ik vind dat in tekeningen en grafiek veel dingen naast elkaar kunnen bestaan. Maar naast die vrijheid (of: onbepaaldheid) heb ik iets anders nodig. Daarom heb ik sinds enige tijd mijn belangstelling verlegd naar het schilderen. Tijdens mijn studie DBKV (Docent Beeldende Kunst en Vormgeving) ben ik schilderijen gaan maken en tijdens het schilderen ben ik me vooral gaan verdiepen in klassieke schilderproblemen – kwesties als voor- en achtergrond, gelaagdheid, de beperkingen van verf etc. Doordat ik naast het schilderen ook met grafiek bezig bleef, heb ik altijd gedacht dat niet alleen de dingen naast elkaar kunnen bestaan, maar ook een symbiose met elkaar kunnen aangaan. Voor mij is kunst een manier om met bestaande regels te breken en te zoeken naar nieuwe oplossingen. Ik ben gaan experimenteren met het idee dat verschillende disciplines uitstekend een symbiose kunnen vormen, zonder afbreuk te doen aan elkaar. Een vorm van symbiose is commensalisme, waarbij er een interactie tussen organisme plaats vindt. Hierbij heeft het ene organisme voordeel en wordt het ander niet beïnvloed. Zo wil ik het schilderen met grafiek of andersom grafiek met het schilderen samen verenigen. In mijn onderzoek beperk ik mij momenteel tot 'de houtsnede' in combinatie met het schilderen. Het meest recente werk in mijn atelier is een resultaat van dat onderzoek.

        Mijn droge naaldetsen worden gekenmerkt door een vrije lijnvoering die in combinatie met de plaattonen een schilderachtige indruk maakt. In mijn grafiek en tekeningen werk ik deels naar de waarneming (stadsgezichten en landschappen), maar mijn schilderijen gaan nadrukkelijker over het (grotere) formaat, de kwaststreek en de schilderkunstige ruimte. Ook denk ik dat een schilderij de mogelijkheden biedt om los te komen van hetgeen direct wordt waargenomen.

        Ik ben momenteel vooral geïnteresseerd in de vraag wat een schilderij tot een ‘autonoom’ beeld maakt; het gaat me dus om tamelijk formalistische kwesties zoals ik die hierboven heb aangeduid. Ik wil me graag verder ontwikkelen als schilder annex graficus.

 

Hidde Jansen.